De Stelling - Extra

Luchtalarm

Voor de verdediging tegen luchtvaartuigen is observatie en herkenning altijd van belang geweest. Alhoewel vliegtuigen pas tijdens de Eerste Wereldoorlog een grote opbloei doormaakten waren er al luchtschepen (zeppelins) in gebruik bij de strijdkrachten. Voor de observatie waren luchtalarmposten ingericht op bestaande hoge gebouwen. In de jaren 1930 kwam de term 'luchtwacht' en 'luchtbescherming' in gebruik. Op deze pagina worden enige woorden besteed aan de luchtalarmposten tijdens de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog. Zie Korps Luchtwacht Dienst voor een soortgelijk systeem van observatieposten tijdens de Koude oorlog.

Luchtalarmposten Eerste Wereldoorlog 1914 - 1918

(Door Jurgen Lamers, Alkmaar)

Vliegtuigen
Luchtschepen

Silhouet-tekeningen van de vliegtuigen en luchtschepen van de bij de oorlog betrokken partijen.
(Tekeningen: Nationaal Archief)
Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren luchtalarmposten "bestemd tot het eenvoudig signaleren van vijandelijke luchtvaartuigen en het melden daarvan ter bestemder plaatsen" in een cirkel rond Amsterdam ingericht. Een post bestond uit een commandant en 18 manschappen die bij toerbeurt dienst hadden. Voor deze taak werden veelal burgervrijwilligers gebruikt. Deze personen werden onderwezen in het herkennen van luchtvaartuigen. Hiertoe moest men silhouetten en herkenningstekens leren.

Iedere post had onder andere de beschikking over kijkers, kompas en peilapparatuur. Elke post was met de rijkstelefoon verbonden om direct contact te leggen met het Centraal Luchtwacht Bureau in Amsterdam.
Er waren continu twee mensen op de post die ieder een hoek van 180 graden bestreken. Er werden vaste herkenningspunten gebruikt om deze hoek in het veld duidelijk te maken, bijvoorbeeld waarnemer 1 keek van een bepaalde schoorsteen tot een ophaalbrug. Bij voorkeur werden er hoog gelegen gebouwen gebruikt.

In een schrijven van 25 april 1916 werden de volgende posten genoemd:

Raadhuis in Edam

Het Raadhuis in Edam.
(Foto: René Ros, 1999)

Voor de verdediging werd in 1916 - 1918 op enkele plaatsen rond Amsterdam luchtafweergeschut opgesteld, zie Luchtafweer Ouderkerk. Zie de Luchtafweerbatterij Halfweg voor de periode 1922 - 1927.

Luchtwachtposten Tweede Wereldoorlog 1939 - 1945

Sinds 1921 was er in Nederland een Vrijwillig Landstormkorps Luchtwachtdienst dat tot taak had om schendingen van het Nederlandse luchtruim door buitenlandse vliegtuigen te signaleren en te melden.
De in totaal 146 luchtwachtposten rapporteerden aan drie Hoofdluchtwachtbureaus in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Zij vielen onder het Centraal Luchtwachtbureau (C.L.B.) te Den Haag. Tevens waren er 13 luchtwachtdetachementen op de eigen vliegvelden die tevens de start en landing van eigen vliegtuigen meldden. Daarnaast had de Marine 21 kustwachtposten langs de kust.
Vanwege de oorlogsdreiging waren de posten vanaf 11 april 1939 permanent bezet. Op 10 mei 1940, om 12.00 waren nog 65 luchtwachtposten in bedrijf. In totaal ontving het C.L.B. 16.000 meldingen van de luchtwachtposten.

De luchtwachtposten in de regio Amsterdam, vermoedelijk vooral hoge kerktorens, waren: