Voor de verdediging tegen luchtvaartuigen is observatie en herkenning altijd van belang geweest. Alhoewel vliegtuigen pas tijdens de Eerste Wereldoorlog een grote opbloei doormaakten waren er al luchtschepen (zeppelins) in gebruik bij de strijdkrachten. Voor de observatie waren luchtalarmposten ingericht op bestaande hoge gebouwen. In de jaren 1930 kwam de term 'luchtwacht' en 'luchtbescherming' in gebruik. Op deze pagina worden enige woorden besteed aan de luchtalarmposten tijdens de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog. Zie Korps Luchtwacht Dienst voor een soortgelijk systeem van observatieposten tijdens de Koude oorlog.
(Door Jurgen Lamers, Alkmaar)
|
| Silhouet-tekeningen van de vliegtuigen
en luchtschepen van de bij de oorlog betrokken partijen. (Tekeningen: Nationaal Archief) |
Iedere post had onder andere de beschikking over kijkers, kompas en peilapparatuur.
Elke post was met de rijkstelefoon verbonden om direct contact te leggen
met het Centraal Luchtwacht Bureau in Amsterdam.
Er waren continu twee mensen op de post die ieder een hoek van 180 graden
bestreken. Er werden vaste herkenningspunten gebruikt om deze hoek in
het veld duidelijk te maken, bijvoorbeeld waarnemer 1 keek van een bepaalde
schoorsteen tot een ophaalbrug. Bij voorkeur werden er hoog gelegen gebouwen
gebruikt.
In een schrijven van 25 april 1916 werden de volgende posten genoemd:
|
| Het Raadhuis in Edam. (Foto: René Ros, 1999) |
Voor de verdediging werd in 1916 - 1918 op enkele plaatsen rond Amsterdam luchtafweergeschut opgesteld, zie Luchtafweer Ouderkerk. Zie de Luchtafweerbatterij Halfweg voor de periode 1922 - 1927.
Sinds 1921 was er in Nederland een Vrijwillig Landstormkorps Luchtwachtdienst dat tot taak had om schendingen van het Nederlandse luchtruim door buitenlandse vliegtuigen te signaleren en te melden.
De in totaal 146 luchtwachtposten rapporteerden aan drie Hoofdluchtwachtbureaus in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Zij vielen onder het Centraal Luchtwachtbureau (C.L.B.) te Den Haag. Tevens waren er 13 luchtwachtdetachementen op de eigen vliegvelden die tevens de start en landing van eigen vliegtuigen meldden. Daarnaast had de Marine 21 kustwachtposten langs de kust.
Vanwege de oorlogsdreiging waren de posten vanaf 11 april 1939 permanent bezet. Op 10 mei 1940, om 12.00 waren nog 65 luchtwachtposten in bedrijf. In totaal ontving het C.L.B. 16.000 meldingen van de luchtwachtposten.
De luchtwachtposten in de regio Amsterdam, vermoedelijk vooral hoge kerktorens, waren: